De pijnpoli, de naam zegt het al, gaat over de bestrijding van pijn. In de eerste plaats is oplossen van het pijnveroorzakende probleem natuurlijk de beste oplossing, soms kunnen we in een heel vroeg stadium echter al helpen met de genezing van de ziekte zelf. Allereerst zal de pijndokter uw verhaal willen kennen, hoelang de pijn er al is, waar, hoe uitgebreid en onder welke omstandigheden de pijn vermindert of juist toeneemt. Dan volgt een lichamelijk onderzoek, wat kunt u, is de pijnstreek warm of juist koud, vochtig of droog, hoe is de kleur etc. Daarna vormt de pijnarts zich een idee over de pijnbron, de pijngeleiding, de soort pijn, interacties met bijkomende zaken als medicijnen, andere ziektes, kortom er wordt een pijndiagnose gesteld.
Foto`s en scans zijn daarbij van ondergeschikt belang, daarbij worden immers vorm en grootte van allerlei structuren bepaald, er staat niet op of er pijn bij te pas komt. Belangrijk is te bepalen wat voor soort pijn er is. Pijn is in het algemeen een ervaring van beschadiging van het lichaam maar kan ook een eigen leven gaan leiden nadat de oorzaak er niet meer is en daarnaast kan het ook berusten op een afwijking van het pijnstelsel zelf, de pijnzenuwen zijn zelf beschadigd. Daarna wordt een strategie gezocht om de pijn te bestrijden.
De pijnoorzaak uitschakelen. Door rust te geven aan een gebroken bot middels gipsimmobilisatie wordt niet alleen goede genezing mogelijk gemaakt maar is er ook veel minder pijn. Ook het inspuiten van een ontstekingsremmend middel grijpt aan op de pijnbron zelf.
De pijn tegenhouden tijdens de voortgeleiding naar de hersenen. Dit kan bv met lokale verdovingsmiddelen. Daarmee kan de tandarts een kaak verdoven of een chirurg een wond die gehecht moet worden maar een anesthesioloog kan daar ook een veel grotere zenuw of zenuwen mee verdoven.
Bij een ruggenprik bijvoorbeeld worden alle zenuwen uit de onderste lichaamshelft verdoofd, maar het is ook mogelijk om een enkele arm of been te verdoven. In de pijnkliniek gaan we verder, daar wordt vaak een enkele zenuw verdoofd (onder een Röntgentelevisie) om te bepalen of deze betreffende zenuw met de pijnklacht te maken heeft of niet.
Nadat we de pijn nader in kaart hebben gebracht kunnen we proberen of met een "blokkade" de klacht minder wordt of zelfs verdwijnen kan. De derde strategie is stimulatie, iets wat te vergelijken is met het wrijven over een plek waar je je net gestoten hebt. Het is in het echt niet zo schematisch als hier staat, pijnstillers bijvoorbeeld werken vaak op de plek zelf maar grijpen ook in op de voortgeleiding van de pijnprikkel.
Het onderzoek vindt meestal plaats op de polikliniek daar worden ook medicijnen voorgeschreven en soms wordt er ook een eenvoudige behandeling gegeven zoals een injectie met ontstekingsremmer.
Op de behandelkamer worden de injecties gegeven die speciale uitrusting vereisen zoals de aanwezigheid van een röntgentelevisie. Immers, als de arts een bepaalde zenuw wil verdoven dan wil hij of zij zeker weten dat het de bedoelde zenuw is en dat de verdoving ook niet per ongeluk op twee zenuwen terechtkomt.
Enkele veel voorkomende behandelingen worden nader beschreven onder de knop Pijnpoli.